Efficiënte controle

Het Werkprogramma Richtlijn 271 faciliteert het controleproces van de accountant met betrekking tot de pensioenregeling, VUT- of non-activiteitsregeling en jubileumregeling van de controleklant. Het doel van het Werkprogramma is om op een gestructureerde en op de omstandigheden van het geval toegesneden wijze na te gaan of sprake is of kan zijn van verplichtingen als bedoeld in Richtlijn 271 en de in de richtlijn voorgeschreven toelichting samen te stellen. Daarbij richt het Werkprogramma zich naar omstandigheden die met enige regelmaat in de praktijk voorkomen. 

Rolverdeling accountant en controleklant

In het Werkprogramma Richtlijn 271 worden 3 stappen onderscheiden. Daarbij is sprake van een logische rolverdeling tussen de accountant en de controleklant. 

De accountant initieert het controleproces. Voor de controleklant omvat het Werkprogramma een inventarisatie van de pensioenregeling, vragen over de juridische documenten die betrekking hebben op de pensioenregeling, vragen die de accountant in staat stellen na te gaan of sprake kan zijn van verplichtingen als bedoeld in de richtlijn en het aanleveren van documenten en ondersteunende informatie. De accountant ten slotte controleert en beoordeelt de ingevulde gegevens en werkzaamheden van de klant. 

Het controleproces is in onderstaand schema beschreven.

Toelichting in jaarrekening en adviesrapport

De werkzaamheden van de controleklant en de bevindingen en conclusies van de accountant worden vastgelegd in rapporten. Het Werkprogramma genereert ook een concept voor de toelichting op de pensioenregeling ten behoeve van de jaarrekening. In een concept adviesrapport wordt een aanzet gegeven voor het gesprek tussen accountant en controleklant naar aanleiding van de controlewerkzaamheden. In het advies wordt controleklant gewezen op de onderdelen van de uitvoering van de pensioenregeling die verbetering behoeven en de risico’s die verbonden zijn aan een onvolkomen uitvoering.